Lichtdesign: Zwischen Dunkelheit und Sichtbarkeit

Interview mit Yuri Schreuders, Lichtdesigner und Techniker für das Stück Bug von Jakop Ahlbom

Wie lautet die Bezeichnung für deinen Beruf und was für Aufgaben beinhaltet er?

Ich bin Lichtdesigner und dafür zuständig, ein Lichtkonzept für ein Theaterstück zu entwickeln, umzusetzen und die Technik von einer Bühne zur nächsten zu transportieren und aufzubauen. Dazu habe ich eine vierjährige Ausbildung in Amsterdam gemacht. Heute werde ich als Freelancer für verschiedene Theaterstücke gebucht, unter anderem für „Bug“ von Jakob Ahlbom.

Was macht für dich das Faszinierende des Berufs aus?

Vor allem die Kombination aus Technik und Kreativität finde ich interessant. Im Laufe der Zeit hat die kreative Seite des Berufs für mich noch weiter an Bedeutung gewonnen. Mittlerweile habe ich einen eigenen Stil entwickelt. Und ich lerne jeden Tag wieder etwas Neues. Zum Beispiel wenn an einem Vorstellungsort eine bestimmte Lampe nicht verfügbar ist und ich nach Alternativen suchen muss. So entstehen unterschiedliche Varianten zu einem Entwurf.

Was war die Herausforderung beim Entwurf der Lichtgestaltung von „Bug“?

Die richtige Balance zwischen Dunkelheit und Sichtbarkeit zu finden. Denn es sollte eine dunkle Atmosphäre entstehen, gleichzeitig müssen die Schauspieler aber sichtbar bleiben. Die Frage ist: Wie dunkel darf es auf der Bühne werden, ohne dass die Sicht des Zuschauers beeinträchtigt wird?

Wie hast du das Problem gelöst?

Es gibt verschiedene helle Stellen auf der Bühne, wo sich die Schauspieler hinstellen können, wenn sie ihren Text sprechen. Dadurch wird nicht die ganze Bühne beleuchtet, sondern eben nur bestimmte Hotspots. So gehe ich sicher, dass der Zuschauer auch die Mimik und Gestik des Schauspielers sehen kann, um das Gesagte verstehen zu können. Denn ein großer Teil der Verständlichkeit eines Texts basiert auf dem Sehen.

Inwiefern bestehen deiner Meinung nach Unterschiede zwischen dem niederländischen und dem deutschen Theaterlicht?

Ein Unterschied liegt darin, dass Deutschland eine andere Theaterkultur hat und Stücke meist nur an einem Haus aufgeführt werden, während Stücke in den Niederlanden auf Tour gehen. Dadurch können deutsche Designer die Lichtgestaltung auf der Bühne bis ins Detail verfeinern, während niederländische wiederum gefordert sind, durch spontanen Einfallsreichtum ihren Entwurf überall möglich zu machen.

Das Interview führten Suzanne Kooloos und Mareike Lange

 

__

Interview met Yuri Schreuders – lichtontwerper en 1e inspecient voor de voorstelling ‘Bug’ (Jakop Ahlbom)

Wat waren de uitdagingen voor het lichtontwerp in deze voorstelling?
Omdat we een heel donkere voorstelling wilden maken, lag de uitdaging daarin een goede balans te vinden tussen licht en donker. Het was echt een onderzoek: hoe kunnen we het zo donker mogelijk maken zonder het beeld totaal te verliezen? We hebben ervoor gekozen het licht te concentreren op een aantal losse plekken, zoals de bank en het bed. Dat werkt goed. Een andere uitdaging was het uitlichten van de spelers. Meestal werkt Jakop zonder tekst, maar nu was het belangrijk voor ogen te houden dat het verstaan van een tekst er ook uit bestaat te zien dat deze wordt uitgesproken. Het gaat dan niet alleen om de lippen, maar ook om het lichaam. Er mag dan tekst zijn, een groot deel van de communicatie blijft nonverbaal.

Hoe ben je lichtontwerper geworden?
Al op het voortgezet onderwijs kwam ik in aanraking met theater en techniek. Op mijn school werd veel toneel gespeeld, ik was daarin vooral betrokken bij de techniek. Tijdens mijn opleiding tot lichtontwerper raakte ik steeds meer geïnteresseerd in de creatieve kant – het creëren van beelden met licht. Concreet betekende dat in deze voorstelling dat ik Jakop verschillende voorstellen heb gedaan voor elke scène. Dat is een interessant proces, dat mij over de jaren heen steeds meer is gaan boeien.

Hoe ervaar je het reizen met deze voorstelling?
Het is bijzonder confronterend en interessant, vooral omdat ik zelf het lichtontwerp zelf gemaakt heb. Elke keer dat de voorstelling gespeeld wordt, zie ik weer wat wel, maar ook wat niet werkt. Ik leer daar veel van. Ook is het zo dat we niet zelf onze lampen meenemen, maar de lampen uit het theater gebruiken. Het gebeurt dat ik daardoor een lamp ontdek die beter werkt dan de lamp die ik oorspronkelijk in gedachten had. Dit kan ik dan nog aanpassen – het is dus zeker een voordeel te reizen met een eigen lichtontwerp. Als ik reis met een lichtontwerp van iemand anders, dan kan ik er niets meer aan veranderen. 

Zijn er verschillen tussen Duitse en Nederlandse lichtontwerpen?
Een heel praktisch verschil is dat gezelschappen in Nederland vaak moeten reizen. Dit betekent dat ik een ontwerp moet maken dat in elke zaal kan worden uitgevoerd, in een paar uur kan worden op- en afgebouwd en bovendien in de vrachtwagen past. In Duitsland is dit reisaspect meestal afwezig, waardoor er vaker complexe lichtontwerpen zijn. Zelf maak zowel lichtontwerpen die reizen als die niet reizen. Beide manieren van werken vind ik interessant. Het zijn totaal andere processen.

Hoe ervaar je het touren?
Het is zwaar. Zwáár. Dat moet ik nu zeggen toch? Als een tour goed geboekt is, is het prima te doen. Zeker wanneer we dezelfde voorstelling een aantal keer achter elkaar spelen op dezelfde plek. Van de locaties waar we spelen, of in dit geval het festival, krijg ik niet veel mee. Het is reizen, op- en afbouwen en weer reizen. Met een beetje pech is het feest net afgelopen als ik klaar ben!